PISA 2025: Wat de nieuwe resultaten betekenen voor basisschoolleerlingen
De resultaten van PISA 2025 worden gepubliceerd in december 2026. Al in 2022 lagen de scores op een historisch dieptepunt. Wat dit betekent voor basisschoolleerlingen — en de 3 basisvaardigheden die ouders nu moeten checken.
Het is een woensdagmiddag. Je kind zit aan de keukentafel en leest een sommen-opgave voor. «Op de boerderij zijn er… eh… 47… eh… kippen…» Je merkt het meteen: de woorden komen eruit, maar het begrip niet. Na drie zinnen kijkt je kind je aan en vraagt: «Wat moet ik nu doen?» Je legt de opgave uit in eigen woorden — en plotseling rekent je kind hem in 30 seconden uit. Het probleem was niet het rekenen. Het probleem was: de tekst werd niet begrepen.
Precies dit tafereel is de reden waarom het PISA-debat jou als ouder heel direct raakt — ook als je kind pas in groep 4 of 5 zit. In december 2026 publiceert de OESO de nieuwe resultaten van de PISA-studie. De gegevens werden verzameld tijdens het schooljaar 2024/25. De vorige ronde in 2022 was al een historisch dieptepunt. En alles wijst erop dat 2025 geen verbetering heeft gebracht.
Één ding vooraf, want dat verdwijnt vaak: PISA test 15-jarigen, geen basisschoolleerlingen. Maar de basis wordt op de basisschool gelegd. Een kind dat aan het einde van groep 8 niet vlot leest, sleept dat tekort mee tot en met de middelbare school. Wat in december 2026 als nationaal resultaat wordt gepubliceerd, begint in gezinnen zoals het jouwe — aan de keukentafel, bij het huiswerk, in groep 4.
Wat er in december 2026 komt
De OESO publiceert in december 2026 de resultaten van PISA 2025. De gegevens werden verzameld tijdens het schooljaar 2024/25 — de focus ligt ditmaal weer op de natuurwetenschappen (voor het laatst hoofddomein in 2015). Een begeleidende module test voor het eerst systematisch digitale leervaardigheden. Als de trend van de afgelopen tien jaar aanhoudt, wordt een verdere achteruitgang verwacht.
De harde cijfers
Laten we beginnen met wat al op tafel ligt — PISA 2022. De resultaten waren de zwakste sinds landen deelnemen aan PISA.
Wat betekent «het minimumniveau niet halen»? De OESO definieert dit als vaardigheidsniveau 2. Leerlingen onder dit niveau kunnen een eenvoudige tekst met twee of drie argumenten niet betrouwbaar begrijpen. Ze kunnen een tabel uit een krant niet zeker interpreteren. Ze kunnen een tweestaps-opgave niet betrouwbaar oplossen. Dit zijn geen academische topprestaties — dit zijn alledaagse vaardigheden.
En het gaat niet alleen om de zwakkere leerlingen. Ook toppresteerders zijn minder talrijk dan in de meeste OESO-landen en hun aandeel krimpt verder.
Wie denkt: «Dat zijn 15-jarigen, mijn kind zit pas in groep 5» — nationale peilingsonderzoeken laten hetzelfde beeld zien op een lager niveau. Al jarenlang presteren leerlingen in groep 8 zwakker in taal en rekenen. De kloof tussen goed- en slechtpresterende kinderen groeit. De sociale achtergrond bepaalt het schoolsucces sterker dan in vrijwel alle andere vergelijkbare landen.
Dit is niet «de pandemie». De neerwaartse trend begon rond 2015 en loopt al tien jaar. Corona was een versterker, niet de oorzaak.
Wat PISA meet — en wat het betekent
PISA klinkt als een grote kennistoets. Dat is het niet. PISA meet toepassing, niet uit het hoofd geleerde stof. Drie gebieden worden getoetst:
- Leesvaardigheid: Kan het kind een tekst niet alleen ontcijferen, maar ook begrijpen, plaatsen, beoordelen? Voorbeeld: tegenstrijdige uitspraken filteren uit een advertentie en een informatief artikel over hetzelfde onderwerp.
- Wiskundevaardigheid: Kan het kind een alledaagse situatie vertalen naar een berekening? Niet «Hoeveel is 7 × 8?», maar «Een gezin betaalt €47 voor de wekelijkse boodschappen. Hoeveel is dat per persoon als ze met z'n vieren zijn?»
- Wetenschappelijke vaardigheid: Kan het kind een hypothese herkennen, een experiment beoordelen, een verband uitleggen?
Wat PISA meet, is precies wat je in het echte leven nodig hebt. Een huurcontract lezen. Een bijsluiter begrijpen. Een offerte controleren. Dat is waarom deze studie politiek zo gevoelig ligt — en waarom ze voor jouw kind op de basisschool meer betekenis heeft dan de leeftijdsaanduiding «15 jaar» doet vermoeden.
Want deze vaardigheden worden niet verworven in het derde jaar van de middelbare school. Ze groeien vanaf groep 1.
Waarom de basisschool beslissend is
Wat veel ouders onderschatten
De leesvaardigheid aan het einde van groep 8 is de sterkste individuele voorspeller van de leesvaardigheid op 15-jarige leeftijd. Kinderen die in groep 8 achterlopen, halen dat in de overgrote meerderheid van de gevallen niet meer in. Het gaat hier niet om «er is nog tijd» — het gaat om nu.
Onderwijsonderzoekers noemen dit het Matteüs-effect: wie heeft, die zal gegeven worden. Een kind dat in groep 4 vlot leest, leest in groep 5 meer — omdat lezen leuk is en geen moeite kost. De woordenschat groeit, de algemene kennis breidt zich uit, de leessnelheid stijgt. Opgaven in wiskunde worden makkelijker omdat de tekst geen obstakel meer is. In zaakvakken begrijpt het kind de teksten in plaats van ze te raden.
Een kind dat in groep 4 nog moeizaam elke letter ontcijfert, leest minder. De woordenschat groeit langzamer. Opgaven blijven lastig. In groep 8 staat de schaar open. In de brugklas staat ze wijdopen. In het derde jaar van de middelbare school — wanneer PISA meet — is ze bijna niet meer te sluiten.
Onderwijsonderzoekers hebben onomwonden gesteld: de erosie van basisvaardigheden is de centrale bevinding — niet het toppresteerdersniveau. Dat betekent in klare taal: het gaat er niet om dat de top niet hoog genoeg is. Het gaat erom dat de basis afbrokkelt. En de basis wordt gelegd op de basisschool.
De 3 basisvaardigheden die ouders moeten checken
Je hoeft geen diagnosticus te zijn om te zien of je kind op koers ligt. Drie basisvaardigheden volstaan — en je kunt ze in 20 minuten op een normale doordeweekse dag controleren.
1. Vlot lezen met begrip
Neem een leeftijdsgeschikte tekst — een pagina uit een kinderboek, een korte informatieve tekst uit een tijdschrift voor kinderen. Laat je kind hem voorlezen.
Wat je moet observeren:
- Leest je kind in samenhangende woordgroepen of woord voor woord?
- Klopt de intonatie aan het einde van zinnen (vraag, mededeling, uitroep)?
- Kan je kind na het lezen de inhoud in eigen woorden samenvatten?
Vuistregel voor groep 5/6: ongeveer 100 woorden per minuut met begrip. Een kind dat duidelijk onder dit tempo zit en de inhoud niet kan navertellen, heeft een leesachterstand. Punt. Dat is geen «fase». Dat herstelt zich niet vanzelf zonder gerichte oefening.
2. Zeker rekenen in het honderdtal
Aan het einde van groep 4, uiterlijk halverwege groep 5, moet je kind betrouwbaar kunnen optellen en aftrekken tot 100 — ook over de tientallen. Dat betekent:
- 47 + 38 = ? zonder vingers te gebruiken, zonder op papier te splitsen, in minder dan 10 seconden.
- 83 − 26 = ? — idem.
- De tafels moeten aan het einde van groep 5 vast zitten. Niet «zo ongeveer». Vast zitten.
En heel belangrijk: begrip van plaatswaarde. Vraag je kind: «Wat stelt de 4 voor in het getal 247?» Als het antwoord «vier» is in plaats van «veertig», is er een gat in het plaatswaardebesef. Dat beïnvloedt alles wat later in rekenen/wiskunde komt.
3. Zelf teksten kunnen formuleren
Laat je kind iets opschrijven. Wat het in het weekend heeft gedaan. Wat het van de laatste schoolreis weet. Een halve pagina is genoeg.
Wat je moet bekijken:
- Zijn het volledige zinnen of slechts steekwoorden en brokken?
- Zijn er verbindingswoorden — omdat, dan, eerst, daarna — of hangt alles onsamenhanggend aan elkaar?
- Is er een logische volgorde te herkennen?
Spelling is hier bijzaak. Het gaat om tekstproductie: kan je kind een gedachte in een leesbare zin omzetten? Wie dat in groep 8 niet kan, heeft in de brugklas een probleem — uiterlijk bij het eerste opstel van meer dan drie zinnen.
Als deze drie punten kloppen, staat je kind er goed voor — ongeacht wat de volgende PISA-golf laat zien.
Concrete oefeningen die thuis helpen
Nu het oplossingsgerichte deel. Wat echt werkt, is vanuit onderzoek vrij helder — en kost geen €50 per week aan bijles.
15 minuten per dag
Leesonderzoek is het erover eens: 15 minuten per dag werkt sterker dan twee uur in het weekend. Korte dagelijkse routines verslaan sporadische marathons. Voor alle drie de basisvaardigheden geldt: regelmaat verslaat intensiteit. Plan een vaste tijd — na het avondeten, voor het tanden poetsen, als onderdeel van het slaapritueel.
Meelezen
Dit is de meest effectieve hefboom voor leessnelheid die het onderzoek kent. Niet «je kind leest voor jou». Ook niet «jij leest voor je kind». Maar: allebei tegelijk — jij leest met tempo en intonatie, je kind volgt de tekst met ogen of vinger en leest stilletjes mee. Deze methode heet in het leesonderzoek «tandemlezen» of «begeleid hardop lezen» en geldt als de meest effectieve individuele maatregel om leessnelheid te verbeteren.
Technologievariant: de Gennady-app leest opgaven en teksten voor met een kindvriendelijke stem en markeert elk woord op het exacte moment dat het wordt uitgesproken. Dat is precies het principe van «Reading while Listening» — zonder dat jij er elke dag tijd voor hoeft te vinden. Bijzonder handig als je kind huiswerk voor zich heeft liggen terwijl jij in een vergadering zit.
Opgaven in het dagelijks leven inbouwen
Rekenen op de basisschool mislukt zelden door gebrek aan rekenvaardigheid. Het mislukt bij vertaling: woordsom → berekening. Kinderen oefenen die vertaling het best waar wiskunde echt is — bij het boodschappen doen, koken, tafel dekken.
- In de supermarkt: «Een pak koekjes kost €1,89. We kopen er drie. Is €6 genoeg?»
- Bij het koken: «Het recept is voor 4 personen, we zijn met z'n zessen. Hoeveel meer bloem hebben we nodig?»
- In de auto: «We hebben 142 km gereden, de navigatie geeft 380 km bereik aan. Hoe ver kunnen we nog?»
Deze opgaven zijn beter dan welk werkblad dan ook — want het kind wil het antwoord weten. Het gaat er niet om het goede antwoord in het schrift, het gaat erom of de koekjes meegaan.
Vrij schrijven — laagdrempelig, regelmatig
Drie zinnen per dag zijn genoeg. Een dagboek, een briefje aan de ouders, een verhaal voor de knuffels, een boodschappenlijstje met eigen aantekeningen erbij. Wat telt: het kind formuleert zelf. Corrigeer de spelling niet bij de eerste doorgang. Loof, verbeter dan bij de tweede keer één ding. Twee correcties per tekst. Niet meer. Anders verdwijnt de lust.
Waarom klassiek huiswerk niet genoeg is
Dit is een bewering die veel ouders verrast: het huiswerkonderzoek voor de basisschool is vrij nuchter. Klassiek huiswerk in de basisschoolleeftijd heeft in meta-analyses zeer kleine of helemaal geen meetbare effecten op leerresultaten. Urenlang oefenen aan de keukentafel correleert in veel studies zelfs negatief met motivatie — en motivatie is op die leeftijd alles.
Wat wél werkt, is iets anders:
- Begrepen opgaven in plaats van afgeraffeld werk.
- Individueel passende opgaven — dus niet «hetzelfde werkblad voor 25 kinderen».
- Directe, vriendelijke feedback — niet «fout, opnieuw», maar «kijk, hier zit de fout — wat als je het zo probeert?»
Precies daarom kunnen digitale leerhulpen werken — als ze goed gebouwd zijn. Een opgave inscannen, een uitleg in eenvoudige taal horen, het antwoord inspreken, direct feedback krijgen — dat dekt alle drie de punten tegelijk. De Gennady-app is precies voor dit gebruik gebouwd: uitleg in plaats van oplossing, kindvriendelijke taal in plaats van tekstboekformulering, directe feedback zonder geërgerde toon. Het is geen vervanging voor de leraar — en ook niet voor jou. Maar het is aanzienlijk beter dan een kind dat alleen worstelt met een werkblad terwijl mama aan het bellen is.
Wat in 2026 anders moet
Als de trend zo doorgaat, heeft de volgende generatie 15-jarigen een leesvaardigheid op het niveau dat gemeten werd in de late jaren negentig. Drie decennia terug. Dat is geen pessimisme, dat is de rechttoe-rechtaan doortrekking van de OESO-datareeksen.
Het goede nieuws: ouders staan niet met lege handen. Het onderwijsonderzoek weet vrij precies wat werkt. Het is niet duur, niet exotisch, niet alleen digitaal en niet alleen analoog. Het is 15 minuten per dag. Het is meelezen. Het is wiskunde in het dagelijks leven. Het is schrijven zonder directe correctie. Het is kindvriendelijk uitleggen in plaats van voorzeggen. Het is feedback zonder frustratie — of dat nu van jou komt, een leraar, een tante of een geduldige app.
Als je deze routines in je gezinsleven hebt, maakt het vrij weinig uit welk nieuwsbericht er in december 2026 doorheen gaat. Je kind hoort dan toch bij de groep die leest, rekent en begrijpt — ook in het dagelijks leven, niet alleen in een toets.
En dat is uiteindelijk het eigenlijke doel. Niet een goede PISA-score. Maar een kind dat een huurcontract begrijpt, een doktersafspraak regelt, zijn belastingaangifte niet angstig in een stapel laat liggen — en een tiener echt kan helpen met een opstel.
Veelgestelde vragen
Als je twee dingen meeneemt uit dit artikel, laat het dan deze zijn: PISA meet op een lager niveau dan de kop doet vermoeden — de basis wordt op de basisschool gelegd. En je hoeft geen onderwijsexpert te zijn om die te versterken. 15 minuten per dag. Drie basisvaardigheden. Regelmaat boven intensiteit. Meer is er niet voor nodig om het verschil te maken.
Wil je het een keer rustig uitproberen? Met de Gennady-app kan je kind een opgave fotograferen, de uitleg beluisteren, het antwoord inspreken en direct feedback krijgen — zonder dat iemand geërgerd zucht. Zeven dagen gratis. Beschikbaar in 32 talen.
Probeer Gennady gratis
Scan het werkblad, hoor een kindvriendelijke uitleg en laat het antwoord controleren — direct aan tafel. 7 dagen gratis.